Voetkrabbers

Pas een nieuw gedicht geschreven voor de Gazet van Zurenborg. Over ‘voetschrabbers’ dan nog wel. Die spullen zorgden er in het moddertijdperk voor dat je met propere voeten kon binnenkomen.

Hier komt het:

VOETKRABBERS

Gewaden ruisen. Hoge hoeden drijven voorbij.
Paarden slaan vlammen tot hoog in de lucht.

Architecten stelen constant met hun ogen. Plaatsen
hun gevels als waren het lopers of torens.

Beeldhouwers horen de honden al blaffen,
de uilen al roepen in het hart van hun stenen.

In tuinen en huizen schieten lelies en rozen alom.
Zelfs in december bloeien ze zonder complexen.

Spiegelen zich in de ramen. Ontlenen
het vuur aan de helderste sterren.

In keukens wordt op geen kwartel gekeken. Meiden
met konen hakken er lustig op los.

Lichtkabels graven hun gangen. Zingen hun lied
in gloeilampen van zestien normaalkaarsen.

Mozaïeken houden het droog. Traplopers
vrezen de winter niet. De voetkrabbers werken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s