Asverstrooiing in de lente

Sonnet voor een dansmarieke

Het zotte geweld
Het zotte geweld

Woensdag 21 mei. Over twee dagen wordt Jean-Luc Dehaene begraven in Vilvoorde. Half Vlaanderen zal er zijn. Hier in het Schoonselhof wordt de as van een vrouw uitgestrooid… Zonder politici, zonder hoogwaardigheidsbekleders,… en zelfs zonder familie. Het is al de elfde eenzame uitvaart dit jaar.

Ik fiets naar de ingang van de begraafplaats. Voor een keer ben ik ruim op tijd. Vooraan in de dreef, in de schaduw van de bomen, staat de goudkleurige corbillard  van de firma te glimmen. De nog jonge bestuurder in grijs pak wenkt me. ‘Ik zal je voorrijden naar het crematorium’, zegt hij. Voor het eerst ga ik een eenzame uitvaart met asverstrooiing meemaken. Mijn twee vorige eenzame uitvaarten waren nog ‘klassieke’ begrafenissen met grafdelvers, een kist en een kuil.

Een vreemd gevoel, om met je fiets, in het kielzog van een lijkwagen, naar het crematorium te rijden. Maarten, organisator en drijvende kracht achter de eenzame uitvaarten, is al op post. Zoals altijd keurig in pak, een boeketje witte rozen in de hand. Maar er is nog meer volk dit keer. Drie mensen van het rusthuis Bilzenhof – twee jongere dames en een leeftijdsgenote van de overledene – lopen traag mee achter de lijkwagen richting strooiweide. Ook zij hebben een mooi boeket bij zich. Ik had al een vermoeden dat we niet alleen zouden zijn. Uit de informatie die we van het rusthuis kregen, kon ik opmaken dat de overledene, A.M., een sprankelende persoonlijkheid moet zijn geweest. Niet iemand die je onverschillig laat. Terwijl we de strooiweide oplopen, duikt er plots, van achter een haag, een man op. Een vijftiger, schat ik. Donkere kleren, donkere bril op de neus. Een zoon van A.M. misschien ? Wie zal het zeggen. Nog voor het ritueel van de verstrooiing is afgelopen, is de man alweer verdwenen: opgegaan in de lucht, of zoals de asse, op de vleugels van de wind weggedreven. Familierelaties… het blijft iets vreemds. Er kan zo veel fout lopen ook tussen mensen die van elkaar hebben gehouden.

De ceremoniemeester doet vandaag extra zijn best. Hij declameert zelfs een versje van Toon Hermans. Het gedichtje bezingt de vrolijke gedachte dat je in het leven elke dag een beetje sterft, tot alle beetjes op zijn. Hopelijk hebben ik en jij, beste lezer, nog wat beetjes over.

Langs de strooiweide, onder het goedkeurende oog van de dames van het rusthuis, lees ik mijn gedicht ‘Dansmarieke’ voor. Terwijl ik lees, werp ik een blik op de treurende vriendin van de overledene. Er verschijnen lichtjes in haar ogen. Het is weer zinvol geweest, denk ik na afloop.

 

DANSMARIEKE

Ze was van kop tot teen op liefde ingesteld.
Ze had een hart van chocolade en een lijf
geschapen voor de minirok. Elke avond
kwart na vijf begon haar leven buiten Bell.

Ze hield van dansen, zwanzen tot de zon opkwam,
De mooiste jongens kussen was de wil van god.
Aan liefde had ze een begrotingsoverschot.
Nooit had ze spijt van wat ze gaf en wat ze nam.

Je kon niet om haar heen. Je had haar steeds gezien.
Ze was een felle gloeilamp in een blinde schacht.
Een totempaal, een kriekentaart, een vliegmachine.

Maar boven alles was ze moederlijk en zacht.
Al was ze eeuwenoud, ze was nog geen achttien.
Terwijl je sliep is ze gaan dansen in de nacht.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s